Oud-Herdersem herleeft in nieuwe benamingen Denderrust

Denderrust treedt een nieuw tijdperk in door de bouw van een compleet nieuwe campus in de periode 2021-2024. De bouw verloopt in drie fasen, zegge drie clusters. De eerste cluster (77 beden) is momenteel volledig afgewerkt en wordt nog deze maand in gebruik genomen. Onmiddellijk nadien start de bouw van de tweede cluster.

Bij  deze gelegenheid krijgen alle bestaande afdelingen ook een andere naam. Hierbij werd gekozen voor benamingen die teruggrijpen naar het Herdersemse verleden, volledig in overeenstemming met de nieuwe stijl van de site, waarbij de klemtoon ligt op het dorpse karakter en de integratie binnen de lokale gemeenschap.

3 gebouwen, 3 clusters, 3 Herdersemse toponiemen

Het nieuwe gebouwencomplex zal na afwerking bestaan uit drie clusters of woon-zorgentiteiten. Als benaming voor deze drie afzonderlijke eenheden is gekozen voor drie Herdersemse toponiemen of plaatsnamen die reeds van oudsher op heel wat oude kaarten van de gemeente voorkomen.

Cluster 1 (gebouw kant Grote Baan) – opening voorzien 2022 – ‘Den Oudenhof’

Naam afkomstig van reeds lang verdwenen hoeve (‘het oude hof’), welke gelegen was aan het einde van de Boskant (nu Pontweg), richting Wieze. Hiervan afgeleid is de nog bestaande ‘Oudehofbaan’ die loopt van de Broekstraat tot het einde van de Koekeroel.

Cluster 2 (middelste gebouw) – opening voorzien 2023 – ‘De Vlieguit’

Naam waarvan de betekenis moeilijk te achterhalen is, maar die toch reeds op heel wat oude kaarten van Herdersem vermeld staat. Mogelijks afgeleid van een persoonsnaam, in de betekenis van ‘een zorgeloos individu, iemand die vrolijk door het leven gaat’. De ‘Vlieguit’ is gesitueerd langs de nog bestaande ‘Vlieguitweg’, een wegel die loopt van de Broekstraat naar het ‘Sternekken’, op de grens van Herdersem met Aalst langs de Boskant (nu Pontweg).

Cluster 3 (gebouw kant Alfons De Cockstraat) –opening voorzien 2024 – ‘Den Aert’

‘Aert’ betekent vaste grond, plein, werf, markt aan of bij een water gelegen, dus aanvankelijk een wal, kade, laad- en losplaats voor schepen. Dergelijke plaats bestond ook te Herdersem langsheen de Dender, momenteel ‘kaai’ genoemd. Gedurende vele eeuwen was dit de plaats van waaruit de abdij van Affligem haar wereldvermaarde stenen (afkomstig uit de zandgroeven van Meldert) verscheepte naar alle hoeken van Europa. Deze zandsteen werd gebruikt bij de bouw van talloze meesterwerken. ‘Den Aert’ werd al heel snel één van de gehuchten van Herdersem. De huidige ‘Aartstraat’, lopende van de Grote Baan tot aan de Dender, is nog een verwijzing naar deze wijk.    

Voor de namen van de verschillende afdelingen binnen elke cluster werd teruggegrepen naar de benaming van een aantal oude Herdersemse dorpsherbergen die reeds vele jaren verdwenen zijn. Deze herbergen waren meestal niet meer dan de (woon)kamer van het huis ingericht als ‘huiskamercafeetje’. We willen hiermee een  sfeer creëren van geborgenheid, huiselijke gezelligheid, gemoedelijkheid, samenhorigheid, ontmoeting, intimiteit en rust.

Cluster 1 / natuurelementen als inspiratie voor de afdelingen

’t  Schuitje’: voormalige herberg gelegen aan de Dender, huidige woning van de familie Aimé De Witte-Auweryckx. Was oorspronkelijk kolenmagazijn en eigendom van Gustaaf De Bièvre en zuster, koopman te Wieze. Het huis werd gebouwd in 1923 en was herberg tot 1938 onder de naam ’t Schuitje’. De naam verwijst naar de kleine overzetboot die er meermaals daags werd ingelegd om passagiers over de Dender vlugger in Gijzegem of Hofstade te brengen.   

’t schuitje – ca. 1930

‘De Hovenier’: verdwenen herberg aan de Grote Baan, gelegen schuin tegenover het Parochiaal Centrum. Aanvankelijk uitgebaat door Joannes Troch, later voortgezet door schoonzoon Camiel De Vlieger-Troch en laatst door diens zoon Albert De Vlieger. Deze herberg was dan ook tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw gekend als ‘Bij Vliegers’. De naam verwijst naar het beroep van de oorspronkelijke uitbater.

‘De Lindekens: oude herberg gelegen aan het einde van de Aartstraat dichtbij de Grote Baan schuin tegenover de hoeve De Meyst. Aanvankelijk uitgebaat door Alfons Van Leuven, nadien door Benoit Pieters en laatst door de familie De Clerck-Van de Maele. De naam verwijst naar de rij lindebomen die vooraan de woning stonden. Momenteel zijn nog een aantal van die lindebomen aanwezig in het landschap.

Cluster 2 / oude beroepen als inspiratie voor de afdelingen

‘De Witborstel’: voormalig café en winkel in voedingswaren aan de Broekstraat, eigendom van en uitgebaat door het echtpaar Benoit Boel-Van den Meerssche. De vader van Josephine Van den Meerssche was van beroep ‘witter’ of stukadoor te Moorsel, waar hij een café uitbaatte onder dezelfde naam. Vandaar de naam ‘In de Witborstel’. De laatste  bewoners waren de familie Richard Steenhout-De Loore. Het huis is momenteel afgebroken.

De Witborstel – ca. 1930

‘De Wegge’ (KV): oude herberg gelegen aan de Grote Baan naast de kapel van O.-L.-Vrouw ten Rozen, vóór de Eerste Wereldoorlog uitgebaat door Camiel Ledegen. Nadien werd de woning eigendom van de familie Richard Heynderickx-Cooreman. De naam van de herberg is afkomstig van het feit dat er een baskuul aanwezig was waarop een vracht tot duizend kilogram kon worden gewogen. Deze werd veelvuldig gebruikt door klanten die met hun vracht dan verder richting Dendermonde reden. De link met ‘wegen’ is  dan ook vlug gelegd.

De Wegge – ca. 1930

‘De Gareelmaker’: verdwenen herberg gelegen aan de Grote Baan tegenover het ‘Koortskapelletje’, woning momenteel bewoond door de familie Johan Van Damme-Fransen. Voor de Eerste Wereldoorlog uitgebaat door Eugeen Van Molle, nadien door zoon Adolf Van Molle en laatst door diens zoon Frans Van Molle. De naam van de herberg duidt op het beroep van de opeenvolgende eigenaars en uitbaters.

De gareelmaker – ca. 1930

‘De Kuiper’: oude herberg aan de Grote Baan recht tegenover de maalderij Buyle in het ouderlijk huis van de familie Bruyland, momenteel eigendom van de familie Wim De Cock-Smekens. De naam verwijst naar het beroep van de eigenaar en uitbater. Een ‘kuiper’ maakte en herstelde houten vaten die gevormd waren van duigen en hoepels, een beroep dat op vandaag niet meer bestaat.

De Kuiper – ca. 1930

Cluster 3

‘De Wederkomst’ (DVC1): oude herberg gelegen aan de Grote Baan op de hoek met de Aartstraat (kant Wieze). De oorspronkelijke uitbater was Alfons Van Leuven, vandaar ook bij ‘Van Leuvens’. De zaak was ook een beenhouwerij. Een precieze verklaring voor de naam van deze herberg is niet gekend.

‘De Welkom’ (LDC): oude herberg gelegen in de Alfons De Cockstraat (huidig huisnummer 21) en stamcafé voor diverse Herdersemse verenigingen. Grootste bloeiperiode in de jaren zestig met toenmalige uitbaatster Noëlla Van den Steen. Het café verdween ca. 1975. De naam verwijst eenvoudig naar de toegankelijkheid van de herberg.

Tweede Dagverzorgingscentrum in ’t Oud Klooster:

-’t Koninkshof’ (DVC2): gewezen herberg gelegen in de Alfons De Cockstraat (voormalige Kerkstraat) recht tegenover de Vrije Basisschool. Vóór de Eerste Wereldoorlog werd de zaak uitgebaat door de familie Frans De Cock-Vermoesen, die ook metselaar was van beroep.  De herberg had een buitenbollenbaan en werd zeer druk bezocht door de mannelijke bewoners van het naburige rustoord. Later werd de zaak uitgebaat door Petrus Verhaegen-Ledegen en nadien door diens zoon Paul Verhaegen-De Geest. Op de plaats van  deze herberg stond voordien een boerderij die eigendom was van een zekere De Coninck, gekend onder de naam ’t Hof van Konink’, vandaar de naamgeving.

Het Koninkshof 1977

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.