Einde maart van dit jaar werden de oude reuzenkoppen van de Herdersemse reuzen vanuit de oude sacristie op het oud kerkhof aan de Alfons De Cockstraat, waar ze de voorbije decennia werden bewaard, naar het stedelijk museum ’t Gasthuys te Aalst overgebracht. Ze krijgen er een prominente plaats op de carnavalsexpo van dit museum.
Op plechtige momenten zullen de koppen zeker nog naar Herdersem terugkeren en aldaar worden gebruikt of tentoongesteld. Ze blijven in het bezit van de lokale dorpsraad die ze in bruikleen en in veilige bewaring aan de stad afstaat. Precies zoals de Gilde van Sint-Antonius Abt met hun aloud teruggevonden Sint-Antoniusbeeld hebben gedaan.
De oudste van de drie is reus Benedikt, in de volksmond beter bekend als ‘Pètten Noeë’, alias Benedikt Moeyersoon, gekend dorpsfiguur te Herdersem uit het begin van de 20ste eeuw. Volgens de overlevering had hij in zijn leven af te rekenen met heel wat ongeluk en tegenslag. Het werd zo erg dat zijn verloofde Valentine Beeckman, gekend als ‘Falle’, hem reeds verliet tijdens de eerste huwelijksdag. Zijn geluk keerde pas toen de bevolking van Herdersem hem uit sympathie (en medelijden) een stukje grond en daarop een bescheiden huisje schonk: de ‘villa Kerbombilla’. De tweede reuzin werd dan ook genoemd naar de echtgenote (voor één dag) van Benedikt.
Reus Benedikt werd ‘geboren’ naar aanleiding van Sint-Antoniuskermis in januari 1966 en was een initiatief van het toenmalige Sint-Antonius-Huldecomité om de teloorgegane kermis van toen nieuw leven in te blazen, waarin ze ook wonderlijk geslaagd zijn. Zijn echtgenote, de reuzin Falle, zag het levenslicht ter gelegenheid van septemberkermis 1984 op initiatief van de dorpsraad, die sinds de fusie van 1 januari 1977 actief was te Herdersem. Hun huwelijk werd ingezegend op 2 september 1984.
De derde reus Louis is een figuur die gemaakt werd in 2005 als eerbetoon aan Louis Lockefeer, medestichter in 1977 en sinds 1980 ook voorzitter van de lokale dorpsraad te Herdersem. Deze dorpsraad organiseerde en organiseert op vandaag nog steeds de jaarlijkse Sint-Antoniusstoet, waaraan nagenoeg alle wijkcomités en buurtgenootschappen deelnemen en waarin ook de reuzen, naast de aloude Sint-Antoniusgilde, een belangrijke rol spelen.
Zo waren er ook de ‘Hardingheimers’, een gezelschap ontstaan rond de wijk ‘Harding’ (momenteel al enkele jaren ontbonden en niet meer actief), die elk jaar rond een bepaald thema in de stoet mee stapten met een praalwagen en de nodige enscenering daarbij. In 2005 hadden ze een eerbetoon aan afscheidnemend voorzitter Louis Lockefeer als thema gekozen voor hun optreden in de stoet. “Een verdienstelijk Herdersemnaar wordt feestelijk ingehaald door de dorpsraad – Reus Louis”, zo stond te lezen op hun aankondigingsplaat in de stoet, gevolgd door een gelegenheidsfanfare met muziek en gevolgd door een praalwagen met hierop reus Louis.
Reus Louis is dus eerder een ‘gelegenheidskop’ zoals er ook zijn van Sint-Antonius Abt of andere dorpsfiguren die ooit in de stoet werden rondgedragen. Deze reus is ook nooit officieel gedoopt, er is geen peter of meter aangeduid, er zijn geen dragers, etc. Maar toch krijgt deze kop de status van ‘reus’.
Onder impuls van de dorpsraad en de hernieuwde belangstelling in de reuzencultuur is in het laatste decennium te Herdersem een nieuwe vereniging ‘reuzendragers’ ontstaan die de reuzentraditie nieuw leven heeft ingeblazen. Van de oude reuzen schoten nog enkel de koppen over, onderstel en kledij waren totaal versleten. Daarom werden nieuwe koppen uit piepschuim vervaardigd, met de nodige kledij, die de laatste jaren terug present zijn bij allerlei gelegenheden.
De oude koppen van de eerste generatie worden nu verder bewaard en tentoongesteld in het stedelijk museum te Aalst, waar ze zeker in goede handen zijn…..

Foto 1: Reus Benedikt en zijn reuzin Falle met dragers, in de jaarlijkse Sint-Antoniusstoet 1996.

Foto 2: Reus Louis met gelegenheidsfanfare in de jaarlijkse Sint-Antoniusstoet 2005.