Ledenuitstap 2010 • Meldert kermis 2010 • Meldertse monumenten • Hopproject Faluintjes • Bed en breakfast in de Faluintjes • Gudulajaar 2012 Sint-Antoniusbeeld Herdersem • Een groet uit Aalst • Opgravingen Moorsel • Verbouwingen oud klooster te Herdersem • Natuurleerpad Alfons De Cock in het Denderland van Herdersem • Behoud oud kerkhof en pastorij Meldert • Nieuwe publicatie • Verdwenen beeldengroep Baardegem • Restauratie Boskantkapel Herdersem • Boek Eendracht Meldert • Waar is de tijd • Helpdesk lokaal erfgoed
Activiteiten |
Onze ledenuitstap brengt ons dit jaar naar Leuven en Overijse, in Vlaams-Brabant.
We vertrekken op het dorpsplein van Moorsel om 8 u. stipt. We komen aan in Leuven om 9 u., waar we om 9.15 u. in de Salons Georges de dag starten met een kop koffie en een koffiekoek.
Hierna start het programma van de dag. Rond 10 u. bezoeken we eerst de Sint-Pieterskerk met de schatkamer en nadien het prachtig gerestaureerde Groot-Begijnhof. Alle bezoeken gebeuren met ervaren gidsen die ons alle noodzakelijke info zullen geven.
Nadien genieten we van een lekker middagmaal in restaurant Salons Georges. Rond 12.30 u. staan er drie gangen op het menu: soep van de dag, gevogeltebrochette met provençaalse saus, frietjes, en een dessert met koffie. De overige dranken bij de maaltijd moet iedereen wel individueel betalen.
Rond 14.15 u. vertrekken we voor een geleid bezoek aan het prachtige stadhuis van Leuven, waarin nog Meldertse zandsteen verwerkt is.
Rond 15.30 u. nemen we de bus richting druivengemeente Overijse. De druiven hangen rijp in de serres. We bezoeken dan ook een gekende wijnkelder Soniën in Jezus-Eik, een deelgemeente van Overijse. Hier worden kwaliteitsdruiven verkocht, maar ook schuimwijnen, rode en witte wijnen, druivensappen, sterkere borreltjes en likeuren. We bezoeken de serres, de wijnmakerij en dan is het tijd om de wijnen te proeven!
We vertrekken dan in Jezus-Eik ten laatste rond 19 u. richting Moorsel, waar we op het dorp zullen aankomen rond 20 u.
De prijs van deze daguitstap omvat de busreis en de fooien, de vergoedingen voor alle gidsen, de bezoeken, de ochtendkoffie en koffiekoek, het driegangenmenu met koffie, de wijnproeverij. Deze prijs alles inbegrepen zoals hierboven beschreven bedraagt slechts 45 euro per persoon.
Wilt u erbij zijn?
Boek dan zo vlug mogelijk door betaling aan een van de bestuursleden, of door overschrijving van het verschuldigde bedrag naar rekeningnummer 068-2208543-74 van Heemkundige Kring De Faluintjes, met de mededeling 'Ledenuitstap 2010', en dit zeker vóór 15 augustus 2010. Alleen de eerste 50 ingeschreven personen kunnen mee!

Het eerste weekend van september staat al de 7de editie van Meldert kermis op het programma. Ook dit jaar zal de Heemkundige Kring De Faluintjes er aan meewerken. Noteer alvast volgende activiteiten in uw agenda.
Zaterdagnamiddag 5 september om 14 u. start aan de pastorij een gezinswandeling langsheen mooie hoekjes en plekjes van Meldert. Onderweg wordt de teloorgang van het Melderts erfgoed getoond.
Op zondagvoormiddag 6 september zal er opnieuw een Mellertse Mes in de Sint-Walburgakerk gecelebreerd worden door E.H. Roger Ghysens, Meldertenaar en pastoor van Overijse. Deze misviering zal in het Meldertse dialect gedaan worden.
Tenslotte is er de traditionele tentoonstelling in de Meldertse pastorij. Ze is geopend op zaterdag vanaf 13 u. Zondag opent ze de deuren om 11 u. Ze is telkens tot 20 u. geopend. Thema dit jaar is: 50 jaar Eendracht Meldert. Alhoewel gesticht in 1956, sloot Eendracht Meldert in de zomer van 1960 aan bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond. Aan de hand van foto’s, voorwerpen en materiaal wordt de roemrijke geschiedenis van deze lokale voetbalploeg tot haar fusie met buur TK Meldert in 2004 getoond.
In ons tijdschrift nr. 1 van 2010 publiceerden we onze brief aan het stadsbestuur om te pleiten voor het behoud van de twee natuurlijke monumenten op het Meldertse dorpsplein. Het betreft de zandsteen die in 1978 werd opgericht en het hopmonument dat in september 2006 door toenmalig minister-president Yves Leterme werd ingehuldigd. In de voormelde brief gericht aan het schepencollege hebben we een aantal suggesties gedaan om het dorpsplein een mooi algemeen uitzicht te geven met eerbied voor het verleden en ook rekening houdend met het feit dat we gelukkig nog een horecazaak op het plein hebben om toeristen de gelegenheid te geven tot aangenaam verpozen in de nabijheid van onze getuigen uit het verleden. We kunnen hierbij ook nog vermelden dat het Aalsters stadsbestuur in het verleden meerdere afbeeldingen gepubliceerd heeft van beide natuurlijke monumenten in brochures, postkaarten, boeken en andere publicaties. Het is een teken dat ze op hun huidige plaats een meerwaarde bieden aan het Meldertse dorpsplein en samen met de kerk als achtergrond echt een prachtige compositie vormen.
Ondertussen heeft de Heemkundige kring De Faluintjes meerdere contacten gehad met lokale politici en bevoegde ambtenaren en diensten om de plannen om deze monumenten te verplaatsen naar de voortuin van de pastorij af te raden. Ook werd gepleit voor een nuttige invulling van de pastorij en de pastorijtuin als onderdeel van het Meldertse dorpsplein.
Begin mei werden de inwoners van Meldert door het stadsbestuur uitgenodigd op een ‘inspraakvergadering heraanleg Meldert-Dorp’ op 26 mei. In de plannen van aanleg die werden toegelicht, bespeuren we weinig of geen concrete uitwerkingen van onze voorstellen. Dat de ‘zandsteen’ en het ‘levend hopmonument’ plaats moeten ruimen om in de voortuin van de pastorie te worden ‘geplakt’, stoort ons. De pastorie noch beide monumenten zullen zo tot hun recht komen en zullen het huidige evenwicht tussen kerk, kerkhof, pastorie met voortuin en de 3 monumenten verstoren. Het monument van de gesneuvelden solitair op de Frankische dries vinden we niet mooi.
Het stadsbestuur verschuilt zich achter het feit dat er van een ambtenaar in Gent een bindend advies is om beide monumenten te verplaatsen. Dit advies is niet bindend volgens deze ambtenaar; ze heeft dat letterlijk gezegd. Bovendien verstoort de aanwezigheid van het monument der gesneuvelden dan evenzeer het aanzicht van de Frankische dries. Dit zou volgens het bewuste advies wel mogen blijven staan. Begrijpe wie kan.
We wensen hierbij te wijzen op het unaniem gunstig advies van de Aalsterse Gecoro om beide monumenten op hun huidige plaats te laten staan. Deze adviescommissie inzake ruimtelijke ordening vertolkt naar onze mening sterker de mening van de Aalsterse bevolking. Ook de lokale Meldertse bevolking wenst beide monumenten te behouden op hun huidige plaats.
Bovendien zou het verplaatsen van beide natuurlijke monumenten, twee symbolen van het roemrijke Meldertse verleden, naar de voortuin van de pastorie de toekomstige invulling van deze oudste pastorij van de Faluintjesgemeenten kunnen hypothekeren. Wie wenst immers dergelijke monumenten in zijn voortuin? Het verplaatsen van de zandsteen kan tevens een risico inhouden dat de steen breekt.
Daarom eist de Heemkundige Kring De Faluintjes dan ook dat het Aalsterse bestuur luistert naar wat haar bevolking wenst en bij de heraanleg van het Meldertse dorpsplein de monumenten op hun huidige plaats laat staan en integreert in het nieuwe dorpsplein. Tevens moet er een goede oplossing voor de pastorij gevonden worden. De Heemkundige Kring De Faluintjes blijft hiervoor steeds bereid tot het gezamenlijk zoeken naar een geschikte invulling en bestemming van deze prachtige pastorij.

Oproep archivering
Bijdrage tijdschrift Heemkundige Kring De Faluintjes
Het plattelandsproject ‘hopproject Faluintjes’ is op zoek naar beeldmateriaal, verhalen, diploma’s, eretekens en andere zaken die een herinnering zijn aan de hopteelt in onze regio. Het beeldmateriaal kunnen zowel foto’s als dia’s of oude filmpjes zijn, bij verhalen kan het gaan om anekdotes, liederen of levensverhalen tot zelfs specifieke kennis over de hopteelt.
De verhalen en het materiaal zullen onder meer gebruikt worden bij een (reizende) tentoonstelling in het najaar van 2010. De tentoonstelling wordt een eerbetoon aan de hopboeren en de hopcultuur. De archivering kadert in de tweede doelstelling van het hopproject ‘Faluintjes’, namelijk ‘het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed’.
De verzameling gebeurt in samenwerking met ’t Gasthuys – Stedelijk Museum Aalst. Het materiaal kan geschonken worden, in bewaring gegeven worden of tijdelijk uitgeleend worden. Verhalen en andere mondelinge zaken worden met een kort interview opgeslagen.
Heb je materiaal, ken je een verhaal of wil je meer informatie? Neem gerust contact op met de sectie Landbouw.
Dienst Economische Zaken – sectie Landbouw
Kasteel Terlinden, sofie.vansteenbrugge@aalst.be of hopproject@aalst.be
tel. 053/73.22.08 (hopproject 'Faluintjes')
tel. 053/73.22.27 (sectie landbouw)
fax 053/73.22.29

Tot nu waren er twee logeermogelijkheden volgens de 'Bed & Breakfast'-formule in de Faluintjesgemeenten.
Men kan terecht in het Hof Ter Dromen of de hoeve Van Lierde bij Hubert Van Lierde en Jeannine Dooms aan de Grote Baan 13 te Herdersem. Dit is een actieve hoeve. Om de vier jaar zet deze hoeve de deuren wijd open voor het grote publiek tijdens de Pikkeling. Gezinnen tot vijf personen kunnen moeiteloos terecht in de vakantiewoning. Op de hoeve kan men het hele jaar door streekproducten vinden zoals: Faluintjeskoffie, Faluintjesjenever, hopjenever, eiercréme met Faluintjeskoffie, Faluintjeswijn en Faluintjespralines.
Daarnaast kan men ook logeren in Het Mierennest bij Heidelien Bultynck en Steven Plas in de Kokerijstraat 41 te Meldert. Na een korte wandeling sta je midden de velden van de Faluintjesstreek of het Kravaalbos. Wie houdt van wandelen, fietsen, rust en natuur voelt zich hier onmiddellijk thuis.
De hooizolder werd ecologisch gerenoveerd met respect voor het verleden: een lucht-lucht-warmtepomp, een isolatie met afgedankte kledij en minerale wol, linoleum en kurk als vloerbekleding, gevelbegroeiing. De tuin rond het Mierennest bevat o.a. een beestentoren, meerdere insectenhotels, een wadi, waterspuwers, een kruidentuin, een pergola en drie terrassen en andere zitgelegenheden waar je rustig kan genieten van de natuur. Er zijn verblijfsmogelijkheden tot zes personen.
Nu komt er nog een derde 'Bed & Breakfast' bij in de Faluintjes. In de Tinnenhoekstraat 61 te Moorsel openen Marleen Op de Beeck en Stefaan De Riddder het gastenverblijf La Vie en Roses. Men zit er midden de rozenkwekerij van bijna 10 ha, die Stefaan 18 jaar geleden overnam van zijn vader. Wie enkele dagen wil doorbrengen vol 'rozengeur en maneschijn' kan logeren in één van de vijf kamers, genoemd naar prachtige rozen. Er is keuze uit de citroengele Moonlight, de zalmroze Sweet Dream, de crèmeroze Nostalgie, de rode Sorrento en de rode Grande Amore. De kamers zijn ingericht in een volledig omgebouwde loods van de rozenkwekerij. De kamer op het gelijkvloers is toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Het bedrijf /verblijf is gelegen in een oase van rust en schoonheid. Naast de ontbijtruimte en de gezellige zitruimte is er ook een themawinkel met producten op basis van rozen, van parfum tot confituur. Het bedrijf kan de klant 80 verschillende varianten van zowel klim- en struikrozen als rozen zonder stam aanbieden. Men kan er terecht op woensdagnamiddag en zaterdag. De officiële opening was gepland op 2 juli.
Het gastenverblijf in de prachtige omgebouwde loods in de Tinnenhoekstraat te Moorsel.

In de komende twee jaar zal door onze vereniging werk worden gemaakt van een grootse Gudula-herdenking welke gepland is in het jaar 2012. In dat jaar immers zal het exact 1.300 jaar geleden zijn dat deze belangrijke heilige hier bij ons in de Faluintjes overleed. Reden genoeg dus om te vieren …
Naar aanleiding van het bezoek van een afvaardiging van de parochiegemeenschap van Rhede (Duitsland) aan Moorsel op 17 april 2009 laatstleden, bleek immers hoe sterk de verering van deze heilige in onze contreien nog leeft. Een bus vol bedevaarders uit Rhede, waar de H. Gudula de patroonheilige van de parochie is, kwamen zich hier ter plaatse overtuigen van deze verering. Zij waren meer dan blij verrast ...
Over de plaats van geboorte van de H. Gudula zijn in het verleden reeds heel veel discussies gevoerd. De ware ligging van het kasteel van Ham, haar geboorteplaats, wordt door historici nog steeds betwist. Een aantal, onder wie Dom Renerius Podevijn van de abdij Affligem en E.H. Jozef De Brouwer, bewijzen dat hier Ham-Herdersem wordt bedoeld (kasteel gelegen in één van de vele bochten van de Dender op de grens Aalst-Herdersem en sinds vele eeuwen verdwenen – zie historiek in De Faluintjes jg. 6, nr. 1, januari 1993, blz. 27-39). Andere eminente historici (onder wie A. Miraeus, J. Lindemans, J. Verbesselt, uiteraard allen Brabanders!) duiden Hamme-bij-Asse aan als de geboorteplaats van de H. Gudula. Misschien brengen opgravingen naar het verdwenen kasteel uitsluitsel in dit nogal delicaat dispuut?
Voor ons echter staat het onbetwistbaar vast dat de H. Gudula te Ham (Herdersem) nabij Aalst geboren en overleden is en dat zij geruime tijd op dit burchtslot verbleef. Hoe kan men anders de volksoverleveringen verklaren die de naam van “Gudstraat of Goedelestraat” hebben gegeven aan de weg waarlangs zij naar Moorsel kwam, en de plaats waar zij werd belaagd door de duivel als “duivelsput” bestempelden? Het komt ons onwaarschijnlijk voor dat de H. Gudula dagelijks bij het eerste ochtendgloren van Hamme, boven Asse, naar Moorsel kwam mishoren en een weg van bijna vier uren aflegde.
Deze 1300ste verjaardag van de sterfdatum van deze Faluintjesheilige is voor onze kring de ideale gelegenheid om een aantal activiteiten rond de figuur van de H. Gudula te organiseren. Gedacht wordt aan de uitgave van een publicatie, een tentoonstelling, een wandeling of uitstap in het spoor van de H. Gudula en een colloquium met een aantal wetenschappers die wellicht klaarheid kunnen brengen in het mysterie rond de geboorteplaats van de heilige. In ieder geval houden wij onze lezers zeker op de hoogte van de verdere ontwikkeling van onze plannen.
In de “Sint-Gerardusbode”, uitgegeven te Leuven in de jaren 30 werd het boeiende verhaal van haar leven uitvoerig beschreven. Wij laten hierbij de originele tekst volgen.
't Is geen kleine eer de patrones te zijn van een hoofdstad! Die grote eer is aan Sint-Gudula te beurt gevallen. En Brussel heeft haar een grootse en prachtige kerk gegeven, waarop al de Brusselaars fier gaan. Maar vraag hun niet te veel inlichtingen over hun patrones; voor de meesten zal ze wel een beetje zijn als de onbekende soldaat die te Brussel insgelijks zijn monument heeft.
En gij, lezer, weet gij iets over Sint-Gudula? Om de waarheid te zeggen: veel is er over Sint-Gudula niet te zeggen. Haar leven was uiterlijk weinig bewogen. 't Was eenvoudig, zoals zovele, maar van meer dan gewone innerlijke zieleschoonheid, van gebed, van naastenliefde en van trouwe plichtsvervulling.
Haar tijdgenoten zouden wel verwonderd opgekeken hebben moest men hun voorspeld hebben dat Gudula eens de patrones zou worden van een hoofdstad. Overigens, Brussel bestond toen nog niet. Goedele, zoals de mensen toen zeiden, is daar dan ook niet geboren. Zij kwam ter wereld op een kasteel in de omstreken van Ham, niet ver van Aalst, rond de jaren 650.
Haar familie was zeer rijk, maar niet minder christelijk. Niet minder dan vier heiligen in die familie: haar moeder, de H. Amelberga, haar zuster, de H. Reinildis, haar broer, de H. Emerbertus, die rondreizend missionaris-bisschop werd en haar tante, de H. Gertrudis, abdis te Nijvel. 't Waren toen tijden van sterk, heldhaftig geloof.
De kleine Gudula werd zeer vroeg toevertrouwd aan tante-non, die abdis was te Nijvel. 't Was toen de gewoonte dat adellijke families hun kinderen naar een klooster stuurden om daar een degelijke christelijke opvoeding te genieten. Te Nijvel groeide zij op in eer en deugd. Na de dood van haar tante keerde zij naar het ouderlijke huis terug. Zij was een zeer bevallige jonkvrouw geworden, maar haar hart had ze reeds lang aan Onze Lieve Heer weggeschonken. Zij bad veel, maar was daarbij ook zeer vriendelijk, opgewekt, dienstvaardig en daarom door iedereen gaarne gezien.
Elke morgen, zeer vroeg, ging ze naar een kapel te Moorsel, op twee mijlen afstand van Ham. Op een van die tochten, naar de legende verhaalt, speelde de duivel haar een lelijke toer. De weg was modderig en vuil. Hilda, de vertrouwde dienstmaagd van Gudula, droeg een lantaarn, want het was nog donker. Het weer was akelig, wind en regen striemden hen in het aangezicht. Aan de ene kant van de weg wiegelden de bomen vervaarlijk heen en weer en aan de andere kant stroomde de beek met een ongehoorde snelheid voorbij. Donder en bliksem joegen hen de schrik op het lijf. En opeens sprong een lelijke, zwarte gestalte uit de beek en met een handig en ongelooflijk vlug gebaar doofde hij de lantaarn in de handen van de angstige Hilda, om dan schielijk in het bos te verdwijnen. Hilda barstte in luide snikken los: “Ach, Gudula, wat gaat er nu van ons geworden? We zien geen arm ver. En onmogelijk licht te maken, want de vuursteen is me onderweg ontglipt. God toch! ...”. Maar Gudula bleef kalm, zij vreesde de duivel niet en vermaande Hilda: “Wanhoop niet en laster God niet.” Toen viel ze op haar knieën en bad: “Heer Jezus, help onsen wil ons niet beletten U te komen bezoeken.”
En waarachtig haar gebed werd verhoord. Een glanzende engel zweefde vanuit de hoge hemel over een schitterende baan naar omlaag en met zijn stralende vingers ontstak hij opnieuw de uitgedoofde lantaarn, terwijl hij met een heldere stem zei: “God groet U, Gudula.” Een half uurtje later lagen beide vrouwen geknield voor het altaar, het hart vol dankbaarheid en geluk. Nu nog ziet men de H. Gudula afgebeeld met naast haar de duivel, die haar lantaarn uitdooft.
Sint-Gudula hield heel veel van het gebed. Ook aan haar familie was ze zeer gehecht en ze vond in het ouderlijke huis haar vreugde en troost. Maar het gelukkig samenzijn thuis duurde niet lang. Bisschop Ursmarus, vriend en leermeester van Witger, de vader van Gudula, en tevens van gans Gudula's familie, moest wegens ziekte en ouderdom afstand doen van zijn ambt. Hij ging naar zijn abdij te Lobbes terug. Als trouwe vriend volgde de vader van Gudula dit voorbeeld en werd monnik in hetzelfde klooster. De H.Amelberga, haar moeder, nam het kloosterkleed aan te Maubeuge, terwijl de H. Reinildis, haar oudere zuster, zich huisvestte op het landgoed van Saintes, een erfdeel van haar moeder, waar ze om haar standvastigheid in het geloof werd vermoord, terwijl ze in de kerk zat te bidden.
De H. Emerbertus, broer van Gudula, die nu het werk van de H.Ursmarus als rondreizend missie-bisschop voortzette, nam zijn woonst in het dorpje Ham zelf. Daarheen vergezelde Gudula hem. In dat eenzaam dorpje toonde Gudula dat ze een ware heilige was. Ze gaf niet alleen aalmoezen maar klopte zelf aan bij de meest noodlijdende mensen en ze bracht met haar zoete glimlach en haar zalvende woorden heling en geluk. Ze gaf haar goederen weg en beurde de mensen op en sprak van het ene “Goed” dat elk mens moet beminnen. Iedereen hield van haar, want ze was uiterst beminnelijk en mooi. Ze werd als een echte moeder vereerd.
Haar eerste taak bleef altijd het onderhoud van haar broeder-bisschop, Emerbertus, die van tijd tot tijd na zijn vermoeiende en lastige tochten rust kwam zoeken bij zijn geliefde zuster. Zo leefden deze twee heilige zielen nog lang te samen, door iedereen bemind en geacht.
Voor dat Gudula naar de hemel mocht gaan, had zij nog een zware ziekte te verduren die ze als alle heiligen geduldig en gaarne verdroeg, uit liefde tot Christus. Toen de dood naderde werd haar verlangen naar de hemel steeds groter en groter. Zeer zacht ging ze heen van deze wereld op 8 januari 712. Aanstonds na haar overlijden kwamen van alle kanten mensen haar vereren. Meer dan één ongelovige bekeerde zich zelfs bij het zien van dit geloof. Gudula werd begraven naast de kleine dorpskapel van Ham. Nooit vergaten deze eenvoudige, goede lieden hun Heilige.
De legende vertelt verder ook dat een wonderbare lindeboom vóór het graf van de H. Gudula uit de grond opschoot. Hij droeg wonderbaarlijke takken en bladeren waaruit een heerlijke geur opsteeg. En boven in zijn hoogwiegende kruin bouwde een overschoon vogeltje zijn nest. Het zong zó mooi dat de andere vogels er uren en uren naar luisterden.
Maar Ham zou niet de laatste rustplaats zijn van onze heilige. De geestelijke overheid betreurde het dat een veelbezochte heilige als de H. Gudula haar graf had in een afgelegen dorpje. Ze wilden haar wat meer geven en daarom besloten ze haar over te brengen naar de kapel te Moorsel. In triomftocht werd Sint-Gudula gedragen langs de weg welke ze zo dikwijls had afgelegd, elke morgen vroeg om haar God te bezoeken.
Moorsel werd nu een echte bedevaartplaats. Ontelbaar zijn degenen die alleen bij een bezoek aan haar graf van leven veranderden en zich bekeerden. Ook Karel de Grote, de beroemde keizer, die als verwante veel van haar hield, kwam op haar graf te Moorsel bidden. En hij liet met eigen geld een klooster bouwen naast de kapel waarin Sint-Gudula zoveel had gebeden.
En nog waren de priesters niet tevreden, want ze zagen dat de eredienst tot die heilige maagd steeds toenam. De plaats te Moorsel vonden ze nog te gering. Na lange jaren werd haar de grootste eer gegeven: haar lichaam werd nogmaals ontgraven en naar Brussel gevoerd, waar het een plaats kreeg in de Sint-Michielskerk, die sindsdien in de elfde eeuw, Sint-Goedelekerk werd genoemd. Zo komt het dat Sint-Gudula, een eenvoudige heilige uit de Faluintjes, de patrones werd van de later hoofdstad.
Nederig maar heilig was haar leven. Daarom heeft God haar na haar dood verheerlijkt. Moge zij vanuit de hemel ons iets meedelen van haar grootheid, de grootheid van ziel in de dienst van God en van de naaste ...
Van oudsher wordt de H. Antonius Abt als tweede patroonheilige te Herdersem vereerd. Wij gaan even dieper in op deze verering en het verhaal van de terugkeer van het in 1966 gestolen Sint-Antoniusbeeld.
Wie was Sint-Antonius?
De H. Antonius Abt werd geboren in Coma, nabij Heracleopolis in Egypte in het jaar 251. Hij kreeg terecht de titel van Antonius de Grote. Hij had vrome en welstellende ouders, landbouwers, maar zij stierven reeds toen hij ongeveer twintig jaar oud was. Het grondgebied dat hij van hen erfde, maakte van Antonius een rijke jongeman. Tijdens een sermoen in de kerk hoorde hij de woorden van Jezus in het evangelie: “Wilt ge volmaakt zijn, ga en verkoop al wat ge bezit, geef het aan de armen en ge zult een schat hebben in de hemel. Kom en volg Mij!” (Matth. 19/21).
Antonius ontdeed zich op radicale wijze van zijn bezit, uitgenomen van een deel dat hij bestemde voor de opvoeding van zijn jongere zuster. In navolging van Christus heeft Antonius tot aan zijn dood geleefd als een boeteling. Hij nam zijn intrek in een hut aan de rand van het dorp, naar het voorbeeld en onder leiding van een oude man, een asceet, die in zijn nabijheid eveneens een eenzaam en vroom leven leidde. Antonius at slechts eenmaal per dag na zonsondergang. Zijn schraal voedsel bestond uit wat eetbare kruiden, brood met zout en water. Later verliet hij zijn hut aan de rand van het dorp en zonderde zich verder van de mensen af en verbleef in een rotsgraf dat halverwege in een berghelling was uitgehouwen. Hij stond nog slechts aan één bekende toe hem met grote tussenpauzes brood te brengen.
Hier grepen de grote verzoekingen of bekoringen van Sint-Antonius plaats. Helledraken, duivels in de gedaante van allerlei fantastische dieren gingen hem te lijf met knuppels en geselroeden en lieten hem soms halfdood liggen. Het is vooral deze periode uit zijn leven die ingewerkt heeft op de volksverbeelding in de devotie, zeer dikwijls gekenmerkt door een zucht naar sensatie en wonderen. Ook de episode met het varkentje behoort daarbij. Wij beschouwen hem wellicht teveel als een soort varkenshoeder en te weinig als Antonius de Grote, de eretitel die hij terecht kreeg als 'stamvader van alle monniken, stichter van de woestijn-eremijten'.

Devotieprent voorstellende de bekoring van Sint-Antonius, begin 18de eeuw.
Vijftien jaar lang leidde Antonius dit leven van strenge onthouding. Dan stak hij de Nijl over en sloot zich op in een oud versterkt kasteel gelegen op de berg Pispir. Hier verbleef hij twintig jaar helemaal alleen. Men wierp zijn voedsel over de muur. Op aandringen van enkele asceten of boetelingen, die zich rond de berg in hutten en grotten hadden gevestigd, verliet hij rond het jaar 305 zijn kluis en wijdde zich aan het onderricht en de regeling van de levenswijze van de talrijke monniken die hem ondertussen waren gevolgd. Dank zij dit onderricht van Antonius kwam daar weldra het eremietendom, de orde van de kluizenaars tot grote bloei. Daarom wordt hij de 'Patriarcha Monachorum' of stamvader van de monniken genoemd.
Op zekere dag verliet hij Pispir en vertrok naar de woestijn tussen de Nijl en de Rode Zee. Hij vestigde zich aan de voet van de berg Golzoum in een oase, waar hij een stukje grond bewerkte. Zo kon hij zich door eigen arbeid in het leven houden en was niet meer afhankelijk van het brood dat hem tweemaal per jaar werd gebracht.
In de eeuw van keizer Constantijn was de woestijn een onveilig oord van verschrikking, waarvan men zich geen voorstelling kan maken. De vreselijke hete wind deed de lippen verdrogen en het hete zand dat overal doordrong, riep gevoelens van huiver en angst op. Hier verdiende Antonius ten volle de naam van 'monnik', de 'alleen levende'. De Griekse liturgie noemt hem zelfs de 'ster van de woestijn'. Hier verbleef hij de laatste 45 jaren van zijn leven. Niet alleen de monniken die hem wilden volgen, maar ook vele ernstig zieken naar ziel en lichaam kwamen bij Antonius voor hulp en genezing. Zo wordt Antonius de Grote de meest befaamde zielenarts aller tijden ...
Zijn levensbeschrijving door zijn vriend, de H. Athanasius, heeft ook veel bijgedragen tot zijn roem. Dit werk, de 'Vita Antonii', was gebaseerd op persoonlijke herinneringen van Athanasius en op de getuigenissen van zijn leerlingen. Hierin staat vermeld dat Antonius tweemaal naar Alexandrië ging, namelijk tijdens de vervolgingen van keizer Diocletiaan in 311 en op het einde van zijn leven in 351 om Athanasius bij te staan in zijn strijd tegen de Arianen, de ketters.
Antonius Abt ging ook op bezoek bij de H. Paulus de Kluizenaar. Dit bezoek wordt afgebeeld op het schilderij boven het zij-altaar rechts vooraan in onze parochiekerk (een werk van Alphonse Van den Eycken uit Geraardsbergen – zie De Faluintjes, jaargang 8 nr. 1, januari 1995, p. 33-36). Paulus was toen 113 jaar en Antonius 90 jaar. De legende verhaalt dat een raaf hen brood bracht. Na de dood van Paulus begroef Antonius hem in de mantel van de H. Athanasius en twee leeuwen groeven zijn graf. Antonius bewaarde de tuniek, de mantel van Paulus, gemaakt uit palmbladeren en droeg hem jaarlijks op het paasfeest. De mantel en de tuniek werden lange tijd beschouwd als het symbool, het teken van overgeërfde deugden.
De H. Antonius Abt stierf op 17 januari 356. Hij was 105 jaar oud. Twee leerlingen waren bij hem. Hij gaf hen het bevel aan niemand te vertellen waar ze hem zouden begraven. Zij hebben woord gehouden. Zijn lichaam is nooit teruggevonden!

Devotieprent Sint-Antonius en H. Paulus de Kluizenaar, begin 18de eeuw.
Het varken als gezel
Tot de voornaamste veepatronen rekenen wij Sint-Cornelius voor het hoornvee, Sint-Elooi voor de paarden en Sint-Antonius Abt voor de varkens. Lange tijd was het zwijn het vleesleverend dier bij uitstek, al beweerden de beenhouwers uit de stad dat een varken geen vlees leverde, doch slechts hesp, spek en worsten (al de rest was afval). De gewone man echter was van mening dat precies van een varken alles bruikbaar was, poten en oren, zowel als hart, nieren en lever, de darmen (de gekende Franse 'tripes') en zelfs het varkenshaar dat de schoen- en gareelmaker gebruikte om zijn pekdraad een stevig uiteinde te bezorgen. Men zei dan ook: “Met Sint-Martijn (11 november) slacht de arme zijn zwijn”.
De H. Geesttafels uit de middeleeuwen bezaten zwijnen die, met een bel om, vrij op straten en wegen mochten rond lopen om voedsel te zoeken. Het waren de zgn. Sint-Antoniuszwijnen die onder de bescherming stonden van deze heilige. Op zijn feestdag (17 januari) werden en worden dan ook traditioneel op vele plaatsen varkenskoppen geofferd en na de mis openbaar verkocht aan de kerkdeur.
Begrijpelijk is het varken dan ook dé gezel bij uitstek van de heilige. Andere attributen zijn nog: het Antoniusklokje of varkensbel, de vlammen die het Sint-Antoniusvuur symboliseren en het krukkenkruis of 'tau', die reeds in het oude Egypte symbool was voor het leven in het hiernamaals. Verder nog de duivel, teken van kwelling en bekoring, het kruisbeeld waarmee hij deze trachtte te verdrijven, een boek met de regel van de orde en zeer dikwijls ook een doodshoofd als teken van onthechting.

Devotieprent Sint-Antonius Abt, begin 18de eeuw.
Sint-Antonius Abt te Herdersem
Ook in Herdersem wordt de H. Antonius vereerd en gevierd. Sinds de jaren 1960 is de jaarlijkse Sint-Antoniuskermis omtrent zijn feestdag op 17 januari te Herdersem uitgegroeid tot een waar hoogtepunt in de ganse regio.
Deze driedaagse festiviteiten afdoen als een louter folkloristisch gebeuren gaat niet helemaal op, want ook in de kerk, tijdens de in eer herstelde en zeer druk bijgewoonde Moorselse mis op maandagvoormiddag bijvoorbeeld, kan men elk jaar opnieuw de warmte voelen van vele gebeden en gezangen, van boerse ernst en niet vervulde verzuchtingen. Velen zoeken ook nu nog troost bij Sint-Antonius met zijn varken en genieten achteraf samen met de ganse dorpsgemeenschap en die van Moorsel van een ware Breugheliaanse sfeer met nat en droog in overvloed.

Litanie van Sint-Antonius, Herdersem ca. 1930.

Gebed tot de H. Antonius, ca. 1900.
Herdersem was vroeger een karakteristiek dorp van landbouw en veeteelt. Daarmee gaan dan uiteraard ook de verering van Sint-Elooi en Sint-Antonius gepaard. Sint-Elooi, de bisschop-smid en paardenheilige met de vroegere paardenommegang op 29 juni, verwijzen naar de landbouw. Antonius naar de veeteelt, inzonderheid naar de varkens.
De bevolking van het naburige Moorsel onderscheidt zich wel speciaal in de verering van de H. Antonius van Herdersem. Elk jaar nog komen talrijke Moorselaars nog steeds naar Herdersem afgezakt (en dit reeds sinds 1690) om er de heilige te bedanken voor zijn wonderlijke tussenkomst bij de genezing van de gruwelijke pest die te Moorsel heerste op het einde van de 17de eeuw.

Affiche uitgegeven n.a.v. de eerste hernieuwde Sint-Antoniusfeesten, 1962.
De 'Gilde van Sint-Antonius', reeds ononderbroken actief sinds 1663, helpt de verering de nodige luister bij te zetten. Bedevaarders komen en gaan nog steeds en laten zich zegenen met de relikwie van de heilige om zijn gunsten en bescherming tegen 'helsche en weredsche bekoringen, tegen wild vuur, brand en alle nadelige gevolgen' af te smeken.
De parochiekerk van Herdersem (toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart) met als tweede patroon de H. Antonius, bezit heel wat kunstvoorwerpen die verband houden met deze heilige: een zij-altaar met schilderij, twee beelden, een prachtig reliekschrijn, diverse relikwieën, drie vaandels en een ceremoniestaf van de Gilde. Elk jaar worden deze “schatten” plechtig uitgestald en zijn ze gedurende de ganse duur van de feestelijkheden te bezichtigen.

Bedevaartvaantje verspreid n.a.v. de Sint-Antoniusviering in 1989, ontwerp Etienne De Vis.

Programma uitgegeven n.a.v. de historische evocatie 'Sint-Antonius Abt te Herdersem', 1990.
De terugkeer van het gestolen Sint-Antoniusbeeld
Herdersem bezit ook een kapel aan de H. Antonius toegewijd. Deze bevindt zich op de hoek van de Grote Baan met de Alfons De Cockstraat (voorheen Kerkstraat en leidend naar het oude dorp van Herdersem). Het betreft hier een aloude bidplaats aan de H. Antonius toegewijd. Zij is reeds te vinden op alle oude kaarten van de streek uit voorgaande eeuwen.
In 1894 werd de huidige kapel heropgebouwd en in 1895 plechtig ingewijd. Op 6 maart 1997 werd ze als monument geklasseerd en onlangs nog totaal gerestaureerd.
In de kapel bevond zich sinds eeuwen ook een prachtig gepolychromeerd houten beeld van Sint-Antonius. Het werd omstreeks 1630 vervaardigd door Antonius Faydherbe, een Mechels beeldhouwer met wereldfaam.
Tot het in 1966 uit de kapel werd gestolen. Elke vóór 1950 geboren Herdersemnaar herinnert zich nog levendig de dag dat het verdween, alleen niemand herinnert zich nog het exacte jaartal. Het is immers reeds zo lang geleden ... Sinds de diefstal bleef het opmerkelijk stil rond het beeld.
Totaal onverwacht echter is het gestolen beeld terug in de openbaarheid gekomen. Toevallig werd eind 2007 door een Nederlands privé-museum een Mechels Sint-Antoniusbeeld te koop aangeboden aan de Stedelijke Musea van Mechelen. Uit een aantal contacten bleek al vlug dat het hier wellicht ging over het destijds gestolen beeld uit Herdersem. Na grondig onderzoek zijn een aantal deskundigen unaniem in hun oordeel: het beeld is wel degelijk de Sint-Antonius uit Herdersem. Weliswaar is de polychromie van het beeld verdwenen maar dit is zonder enige twijfel onmiddellijk na de diefstal gebeurd om mogelijke sporen uit te wissen en de identificatie later te bemoeilijken.
Ondertussen werd door de stad Aalst de mogelijkheid onderzocht om het beeld terug op te eisen. Gezien echter de lange periode en het ontbreken van enig bedrieglijk inzicht bij de toenmalige eigenaars bleek dit geen optie te zijn. Ook de mogelijkheid tot aankoop van het beeld door de stad Aalst werd door het schepencollege verworpen. En toch zou Sint-Antonius naar zijn oorspronkelijke plaats in zijn kapel in Herdersem terugkeren ...
De afspraak met de vorige eigenaars, het museum Van Gerwen-Lemmens uit Valkenswaard (Nederland), om het beeld tegen een redelijke prijs terug te kopen werd niet nagekomen. Uit geldgebrek werd het beeld eind 2008 buiten ons weten om, te koop aangeboden op een veiling te Amsterdam. Het werd er tegen een relatief hoge prijs verkocht aan een anonieme verzamelaar uit Nederland. Wellicht was het beeld nu reddeloos verloren voor Herdersem ...
Maar ook hier was het geluk opnieuw aan onze zijde. Enkele maanden later kwamen wij ook de nieuwe eigenaar toevallig op het spoor. Gezien de geschiedenis van het beeld verklaarde deze kunstminnaar zich onmiddellijk bereid om het beeld tegen aankoopprijs aan de Herdersemse gemeenschap door te verkopen.
Van dat ogenblik af werd een actie gestart met als enige doelstelling de nodige fondsen voor de wederaankoop te verzamelen. De Prentkaartenclub Groot-Aalst, de Heemkundige Kring De Faluintjes en een aantal anonieme sponsors schonken een aanzienlijke som. De Herdersemse Dorpsraad organiseerde een zeer geslaagd kipfestijn waarvan de opbrengst integraal naar de terugkoop van het beeld ging. Ondertussen zette ook de gemeente Moorsel, in de persoon van Pierre Van den Eede, zich met hart en ziel achter de actie. Met enorm succes trouwens ... Wij danken alle gulle schenkers, alle organisatoren en alle medewerkers aan het eetfestijn van harte voor hun waardevolle bijdrage.
Eind december reeds was het nodige geld (20.000 €, kostprijs van het beeld) bijeen gezameld, zodat de verloren Sint-Antonius terug naar Herdersem kon worden gehaald. Uit naam van het organiserend comité danken wij iedereen van harte die heeft bijgedragen tot de wederaankoop van dit belangrijk stuk lokaal cultuurpatrimonium. Het doet ons dan ook bijzonder veel genoegen u allen te kunnen uitnodigen tot de inzegening van het beeld door Mgr. Luc Van Looy, bisschop van Gent, op de feestdag van de heilige zelf, op zondag 17 januari 2010 tijdens de plechtige hoogmis om 10 uur in de parochiekerk van Herdersem. Onmiddellijk na de hoogmis wordt het beeld in stoet teruggebracht naar zijn aloude standplaats in de kapel van Sint-Antonius aan de Grote Baan.
Nadien zal het kostbare beeld in bewaring worden geplaatst in het stedelijk museum ’t Gasthuys van Aalst, waar het permanent zal worden tentoongesteld. Elk jaar zal Sint-Antonius evenwel naar Herdersem terugkeren voor het vieren van zijn feest rond 17 januari. In de toekomst zal ook verder worden gedacht aan een beveiligingssysteem zodat het beeld zijn vaste plaats weer zou kunnen innemen in de kapel zelf, zonder enig risico om opnieuw te worden gestolen. En Sint-Antonius zag dat het goed was ...

Op dinsdag 19 januari 2010 (dag na de Moorselse mis) werd zoals afgesproken en contractueel vastgelegd, het teruggekochte Sint-Antoniusbeeld uit de gelijknamige kapel aan de Grote Baan te Herdersem naar het stedelijk museum van Aalst ter bewaring overgebracht. De conservator bevestigde ons dat het beeld er permanent zal worden tentoongesteld.
In het nieuwe concept van ’t Gasthuys – Stedelijk Museum Aalst wordt, naast de thematische opstelling rond Daens en het Daensisme, Louis Paul Boon, Valerius De Saedeleer en carnaval, ook ruimte voorzien voor een thematisch overzicht van de geschiedenis van stad en regio. Hiervoor wordt het oude kloostergebouw van het gasthuys/hospitaal heringericht.
In één van deze zalen wordt aandacht besteed aan het religieuze erfgoed van Aalst én deelgemeenten. Hier staat de maquette van de (virtueel) afgewerkte Sint-Martinuskerk centraal, samen met de originele beelden van de pestheiligen die het Rubensaltaar in deze kerk bekroonden. Ook een laatgotisch Barbarabeeld uit Nieuwerkerken en nu ook het Antoniusbeeld uit Herdersem vinden hier hun plaats. Een mooie plaats trouwens ...
Wij raden al onze lezers aan bij gelegenheid een bezoek te brengen aan het stedelijk museum, heus de moeite waard.
Wij maken hier ook van de gelegenheid gebruik nog even te herinneren aan een tweede beeld uit Herdersem dat in 1987 ter bewaring aan het stedelijk museum werd toevertrouwd. Het betreft het Onze-Lieve-Vrouwbeeld dat tot in dat jaar de nis boven de ingang van de kapel van Onze-Lieve-Vrouw-Bijstand in de Broekstraat sierde. Wegens bouwvalligheid en gevaar voor diefstal werd dit waardevolle oude beeld toen ook naar Aalst ter bewaring overgebracht. In de catalogus 'De Faluintjes vroeger' staat letterlijk vermeld: “Vanaf deze tentoonstelling (september 1987) zal het beeld een tijdelijk onderkomen vinden in het Stedelijk Museum te Aalst”, waar het zich momenteel ook nog bevindt.
Het beeld is in terra cotta, lichte resten van beschildering, hoogte ca. 67 cm, wellicht einde 18de eeuw en afkomstig van de vroegere kapel die blijkens oude kaarten op dezelfde plaats moet hebben gestaan. De madonna staat rechtop, het Jezuskind gezeten op haar linkerarm. Met de rechterhand steunt ze het kind. Ze is gekleed met een ruime mantel, die hoofd en voeten onbedekt laat en die in brede, losse plooien over haar onderkleed valt. Het beeld verkeert in een slechte toestand en is momenteel aan restauratie toe (sporen zijn reeds zichtbaar). Een afbeelding van het beeld wordt hierbij afgedrukt.

Voor een eerste verslag over de resultaten van de opgravingen die door SOLVA in de dorpskern van Moorsel op 14 december 2009 werden gestart, nemen we de tekst over die deze organisatie heeft gepubliceerd in hun tweede nieuwsbrief daaromtrent.
We drukken de tekst hier integraal af.
Het onderzoek startte op 14 december van vorig jaar. Ondanks de barre weersomstandigheden van de afgelopen maanden konden reeds twee sleuven op het dorpsplein afgewerkt worden. Inmiddels is een derde sleuf aangelegd in de straat tussen kapel en kerk.
De eerste twee sleuven op het dorpsplein leverden nauwelijks archeologische informatie op, maar waren des te interessanter vanuit bodemkundig opzicht. Uit het onderzoek blijkt dat zich op de heuveltop een pakket grind bevindt bovenop een laag zand. Hoe en wanneer dit tot stand is gekomen wordt momenteel onderzocht.
Duidelijk is wel dat er op het hoogste punt van het dorpsplein in het verleden veel grond is weggespoeld. Dit kan het ontbreken van archeologische sporen verklaren.
De sleuf die nu onderzocht wordt, leverde al heel wat interessante informatie op. Zo konden de archeologen vaststellen dat de gracht die tijdens de opgravingen in 1987 aan het licht kwam ook in de huidige sleuf terug te vinden is. Deze gracht is te interpreteren als de afbakening van het middeleeuwse kerkhof rond de kerk. Een tuitpot in grijs aardewerk laat toe de datering van de opvulling van de gracht in de 12de-13de eeuw te plaatsen.
Hogerop, rond de kapel, werden ondertussen al een tiental begravingen aangetroffen, soms slechts op een diepte van 30 cm onder het asfalt. Historische bronnen vermelden op deze plaats het bestaan van een begraafplaats. Op basis van de archeologische vondsten is het wel nog niet mogelijk om een datering voor deze graven te geven.
De komende maanden graven de archeologen van SOLVA verder naar de geschiedenis van Moorsel.
Een publieksmoment wordt binnenkort aangekondigd.

De twee vzw’s, “Woon- en Zorgcentrum Denderrust” en “Denderrust Dienstengroep”, hebben de handen in elkaar geslagen om conform hun respectievelijke doelstellingen het kloosterpatrimonium van Herdersem een nieuwe toekomst te geven.
Het voormalige kloostergebouw dat door de zusters werd verlaten in juni 2006 en dat in de toekomst de naam ’t Oud Klooster’ zal dragen, ondergaat momenteel een interne volledige verbouwing met respect voor de culturele, historische, architecturale en spirituele waarde van dit gebouw. De centrale middenbouw (met kapel), die voor iedere Herdersemnaar een vertrouwd beeld vormt, zal worden bewaard en volledig worden gerenoveerd. De zijgebouwen werden gesloopt en via een nieuwe tussenbouw zal ’t Oud Klooster’ verbonden worden met het bestaande Woon- en Zorgcentrum. Een andere nieuwbouw, haaks op het centrale kloostergebouw, zal reiken tot bijna aan de openbare voetweg achteraan de kloostertuin.
Eind november 2009 gingen een groot deel van de oude gebouwen tegen de vlakte en werd met de renovatie van de te bewaren kern gestart. Het hele complex (dat begin 2011 in gebruik zal worden genomen) zal onderdak bieden aan 29 seniorflats (met een gezellige ontmoetingsruimte voor de bewoners ervan), een tweede dagverzorgingscentrum in de voormalige kloosterkapel, een mini-créche voor 22 kindjes (0-3 jaar) en 12 bijkomende rusthuiskamers.
De plannen voor deze herbestemming en renovatie zijn ontworpen door het architectenbureau Cuypers & Q architecten bvba uit Antwerpen, en de uitvoering van het project is in handen van de NV Vooruitzicht, eveneens uit Antwerpen.
Het bestuur van de Heemkundige Kring De Faluintjes dankt de verantwoordelijken voor het behoud van deze belangrijke site -ooit oude pastorij- van Herdersem. Of hoe een 'afgeschreven' gebouw een nieuw leven kan krijgen …

Luchtfoto complex Denderrust ca. 2006.

Foto genomen bij de aanvang der werken, eind november 2009. (Foto F. Van der Biest)


Foto's genomen tijdens de afbraakwerken, eind november 2009. (Foto F. Van der Biest)

Zicht op straatgevel, plannen Cuypers & Q architecten.

Natuurleerpad Alfons De Cock in het Denderland van Herdersem in realisatie |
De gemeenteraad van Aalst besliste in oktober laatstleden om over te gaan tot de aanleg van een natuurleerpad in het Denderland te Herdersem. De aanbesteding had nog in 2009 plaats. De uitvoering moet rond zijn tegen de zomer van 2010. Bewegwijzering en infoborden zullen het de natuurliefhebber gemakkelijk maken en hem tegelijk informeren.
Alfons De Cock, geboren in Herdersem en bekend als heemkundige en die tevens als botanicus goed op de hoogte was van de flora in het Denderland, krijgt terecht een natuurleerpad als aandenken.
Het Denderland van Hofstade, Gijzegem en Herdersem is een prachtige open ruimte, gekenmerkt door vochtige weilanden, hooilanden, knotwilgenrijen en populieren- aanplantingen en niet in het minst een aantal oude Dendermeanders. Op het grondgebied van Herdersem is de loop van de oude Dender, zoals hij er vóór zijn kanalisatie uitzag, plaatselijk nog goed te zien. Natuurpunt is als terreinbeherende natuurvereniging in de weer om hier gronden te verwerven, met de bedoeling de natuurwaarde ervan te verbeteren. Het stadsbestuur geeft hierbij financiële en logistieke steun. In dat kader voorzag het stadsbestuur het nodige budget voor de aanleg van een natuurleerpad van ongeveer vijf kilometer.
Het pad zal starten aan de oude Denderbrug van Herdersem, die als monument nog te bekijken is aan de voet van de huidige Denderbrug tussen Herdersem en Gijzegem. Langs het pad krijgen we zicht op het fraaie sashuis aan de overkant van het water, wandelen we op de Denderoever doorheen een vergeten stukje natuur en krijgen we zicht op de kronkelende loop van de oude Dender. We komen langs de sacristie van de voormalige kerk van Herdersem die tot ca. 1860 langs de Alfons De Cockstraat lag, dus weg van de Grote Baan en dichter bij het Denderland, net zoals we dat nu nog zien bij de kerk van Wieze en Denderbelle. Aan het begin van de Hof ter Hammestraat zien we een monument dat gewijd is aan Alfons De Cock en verder maken we kennis met de vermoedelijke locatie van het kasteel van Ham waar in de 8ste eeuw de heilige Gudula woonde. Het voormalige galgenveld kreeg ook een aandenken langs deze historisch zeer interessante baan.
Infoborden zullen uitleg verschaffen over de flora en fauna in de Denderstreek. Om de toegang tot op de Denderoevers mogelijk te maken zijn een paar particulieren bereid om doorgang te verschaffen via hun perceel. Het geheel zal dus het resultaat worden van een lovenswaardige samenwerking tussen de overheid, het verenigingsleven en de particulier. We rekenen op een officiële inwandeling in oktober 2010.

Op 19 oktober laatstleden richtte het bestuur van de Heemkundige Kring De Faluintjes een uitvoerig schrijven naar het College van Burgemeester en Schepenen van de stad Aalst met de vraag tot het behoud van de pastorij en het oude kerkhof van Meldert. Hierin werden een aantal suggesties gegeven voor het invullen van een zinvolle bestemming van het geciteerde gebouw. Het College heeft beloofd dit alles ernstig in overweging te willen nemen. Wij kijken dan ook uit naar een antwoord en houden onze lezers zeker op de hoogte ...
Hierna volgt de brief die op 19 oktober 2009 werd overgemaakt.
“De Heemkundige Kring De Faluintjes heeft zich tot doel gesteld het behoud en de bescherming van het cultuurpatrimonium van de Faluintjesstreek te bevorderen. In dit kader maken we ons ernstig zorgen over de bestemming van de pastorij en het oude kerkhof te Meldert als onderdeel van het gehele dorpsplein.
De Meldertse pastorij is de oudste van de vier Faluintjesgemeenten. Ze dateert uit de 18de eeuw. In de pastorijtuin bevinden zich twee eeuwenoude rode beuken. Samen bepalen ze in belangrijke mate het dorpsgezicht aan de zuidwestelijke zijde van de historische Frankische dries en de beschermde kerkhofmuur en Sint-Walburgakerk. Recent vernamen we geruchten dat het Aalsters college plannen heeft om een deel van het Aalsters patrimonium, waaronder de Meldertse pastorie, van de hand te doen, en dit uit financiële overwegingen.
Als heemkundige kring wensen we ons ten zeerste te verzetten indien u van plan bent de Meldertse pastorij, evenals andere pastorijen of belangrijk cultuurhistorisch erfgoed binnen onze Faluintjesgemeenten te verkopen. Hiermee zet u de poort volledig open tot het verdwijnen van de laatste bakens uit ons verleden. Vaak maakt dit waardevolle erfgoed dan plaats voor verkavelingen, nieuwbouw, onherstelbare aanpassingen aan de oorspronkelijke staat en uitzicht van de betreffende gebouwen.
De Heemkundige Kring De Faluintjes pleit dan ook voor het behoud van de Meldertse pastorie als waardevol onderdeel van het Aalsters cultuurhistorisch patrimonium. Het Meldertse dorpsplein is immers het enige dat nog quasi intact gebleven is en ook op toeristisch vlak troeven biedt voor de stad Aalst. Onze vereniging stelt dan ook voor om in deze pastorij een openbare dienstverlening uit te bouwen naar de inwoners van Meldert en de Faluintjesstreek. Waarom niet er het dienstencentrum van Meldert in plaatsen? Dit lost dan de problematiek van het parkeren op in de zone tussen de twee bassisscholen. Het huidige dienstencentrum dat dateert van rond 1958 kan dan een andere bestemming krijgen. Op de eerste verdieping kan een appartement ingericht worden met respect van de indeling van het gebouw. Zo creëert u een woongelegenheid in het dorpscentrum en verdient u een stuk terug van de kosten die u moet maken om het gebouw in goede staat te houden. Een andere mogelijkheid is daar kinderopvang organiseren die beantwoordt aan een sociale nood en interessant is voor rekrutering voor beide scholen.
De gevels van de pastorie dienen opnieuw bepleisterd te worden, zoals dit steeds het geval was tot de laatste niet geslaagde onderhoudswerken aan het gebouw die al dateren van voor de fusie. De prachtige tuin kan opengesteld worden voor de Meldertse bevolking. Het kan uitgebouwd worden tot een ecologische demonstratietuin, waarbij zeker de twee beuken volledig tot hun recht kunnen komen. Kan de stad Aalst laten bepalen hoe oud deze beuken in feite zijn? Het is best mogelijk dat ze aangeplant werden in de 18de eeuw bij de heropbouw van deze ‘vette’ pastorij zoals kardinaal d’ Alsace ze noemde. Hiermee werd bedoeld dat het de rijkste pastorie van de streek was, dit omwille van de hopontvangsten.
Een andere mogelijke bestemming is er een toeristisch ankerpunt maken met focus op de hop. Een soort regionaal infocentrum over de hopteelt en zandsteenontginning. Het kan in het weekend geopend worden tijdens het toeristische seizoen. En verder op aanvraag. Meldert was immers het historische centrum van beide belangrijke activiteiten in de ganse streek onder impuls van de abdij Affligem. Bepaalde ruimten kunnen tegen vergoeding ter beschikking worden gesteld van bepaalde cultuuractiviteiten, zoals tentoonstellingen, boekenvoorstellingen, vernissages, kunstactiviteiten, ... We wensen te benadrukken dat hierbij moet opgelet worden dat door het niet-gecontroleerd verhuren van dit waardevolle gebouw, er onherstelbare schade aan het historisch patrimonium zou kunnen aangebracht worden.
U begrijpt dat we een gepaste bestemming wensen van deze voor Meldert heel belangrijke historische site. De pastorij en de pastorijtuin verkopen betekent dat u een deel van de ziel van de lokale gemeenschap van het landelijke Meldert wegneemt en een aanslag pleegt op uw waardevol cultuurhistorisch patrimonium. Tevens verhoogt u het risico dat deze site ten prooi valt aan het ongebreideld bouwen van appartementen door projectontwikkelaars die als enig doel hebben zoveel mogelijk financiële opbrengsten te bekomen en op geen enkel vlak rekening houden met de intrinsieke en cultuurhistorische waarde van de huidige pastorij.
Wat betreft het oude kerkhof rond de Sint-Walburgakerk wensen we te pleiten voor het behoud van de graven op dit kerkhof. De aanwezigheid van al deze graven, zolang de betrokken families deze nog onderhouden en wensen te behouden, geeft een meerwaarde aan de beschermde kerkhofmuur en kerkgebouw. Het systematisch wegnemen van deze graven zal het oude dorpsplein met het erbij horende kerkhof op esthetisch en cultuurhistorisch vlak beschadigen. Dit kerkhof is een van de laatste kerkhoven dat nog zo intact aanwezig is rond een kerkgebouw in een landelijke historische dorpskern. Dit alleen al overtreft de redenering van sommige leden binnen uw college dat alle graven overal in Aalst gelijk zijn voor de wet en even snel moeten verwijderd worden. Van dit principe moet kunnen afgeweken worden in het belang van cultuur, lokale geschiedenis en esthetiek. In Machelen heeft men dit al begrepen; zie in bijlage een artikel in De Standaard van 29.05.2009 met Roger Raveel. (http://www.standaard.be/Krant/Beeld/?oDay=29&oMonth=5&oYear=2009).
Wij hopen dat het stadsbestuur begrijpt dat het Meldertse dorpsplein en de nabije omgeving ervan een van de mooiste sites van Aalst is die in zijn oorspronkelijke staat moet behouden blijven. Wenst de stad zich als toeristische bestemming wat meer te promoten, onder andere via de landelijke Faluintjesgemeenten en de hopcultuur, de band met de abdij Affligem, de zandsteenontginning, … dan verdient het Meldertse dorpsplein bijzondere aandacht, met inbegrip van de pastorij, de aanwezige gebouwen en monumenten en het oude kerkhof.
Tenslotte hopen we dat bij de heraanleg van het dorpsplein rekening wordt gehouden met de historische inrichting van de Frankische dries en er geen modernistische of futuristische ingrepen gebeuren bij de keuze van de bestrating, verlichting, aanplantingen, indeling van het oude gemoedelijke dorpsplein, dat sinds enkele jaren opnieuw het decor is van de Meldertse kermis en sinds dit jaar van de hopplukwedstrijd in september.
We kijken uw antwoord hoopvol tegemoet en zijn steeds bereid te zoeken naar een gepaste oplossing voor het behoud van dit zeer waardevolle erfgoed dat we moeten koesteren voor de volgende generaties.
In ons vorig nummer kondigden wij de publicatie aan van een nieuw boek betreffende de Eerste Wereldoorlog in ons werkgebied. De auteur, Roger Broucke uit Meldert, wist heel wat bijzondere verhalen op te tekenen uit deze turbulente periode. Een artikel over de Meldertse gesneuvelden was voor hem de aanzet om de hele oorlogsgeschiedenis van de Faluintjesgemeenten tijdens die vier jaren uit te spitten. Dank zij de inbreng van onze kring heeft de auteur ook heel wat uniek fotomateriaal weten te verzamelen voor deze publicatie.
Het boek is een luxueuze uitgave, in beperkte oplage, voorzien van harde kaft en stofwikkel. Het meet 215 x 280 mm, telt meer dan 200 pagina’s en is rijkelijk geïllustreerd. De kostprijs bedraagt 34 euro. Wie vóór 1 december intekent, betaalt slechts 30 euro. Wie het boek thuis wil ontvangen dient 5 euro port toe te voegen.
“De Faluintjes 1914-1918” verschijnt op 16 januari 2009 en zal tijdens de Sint-Antoniuskermis van Herdersem (16 tot 19 januari 2009) te verkrijgen zijn. De voorintekenaars kunnen het op de tentoonstelling aldaar afhalen, hun naam komt achteraan in het boek. Nadien kan het boek ook bij de auteur of bij de uitgever na afspraak worden afgehaald.
Bestellen gebeurt door storting van het vereiste bedrag op rekening 063-4145898-56 van de uitgever: Flying Pencil, Erembodegem-Dorp 80 - 9320 Erembodegem (betalingen vanuit Nederland en EU: IBAN: BE20-0634-1458-9856 - BIC: GKCCBEBB).
Meer info: www.flyingpencil.be of flyingpencil@telenet.be of 053/41.07.03 of 0497/62.75.93. Roger Broucke, Klaarhaagstraat 52 - 9310 Meldert (053/77.06.01 - roger.broucke@telenet.be).
Een greep uit de inhoud:
De vooravond van de Eerste Wereldoorlog: de jongens uit de Faluintjes worden opgeroepen;
De Duitse inval : de soldaten uit onze gemeenten nemen deel aan de veldslagen;
De inname van de Faluintjesgemeenten;
De Slag aan het IJzerfront: de gesneuvelden, de overlevenden;
Krijgsgevangenen en geïnterneerden;
De opgeëisten in onze gemeenten;
De terugkeer;
Erbetoon en oudstrijdersverenigingen.
In ieder geval van harte aanbevolen ...
Beeldengroepen afkomstig uit de kerk van Baardegem verdwenen |
Wie kan helpen bij het terugvinden van de twee beeldengroepen in zandsteen die vóór de grote restauratie van de Sint-Margarethakerk te Baardegem aan de voorzijde van het hoofdaltaar als fronton waren ingebouwd? Het betreft twee blokken van elk ca. 0,80 m breed, 0,80 m hoog en 0,40 m diep. Beide kunstwerken stellen telkens twee apostelen voor, geplaatst in een nis.
Sinds ongeveer 1972 waren beide stukken in de garage van de pastorie van Baardegem opgeslagen met als bedoeling ooit te worden teruggeplaatst in de kerk in een eventuele andere functie. Dit is evenwel nooit gebeurd.
Sinds 2004-2005 zijn beide beeldengroepen nu spoorloos verdwenen. Wij doen dan ook een oproep naar onze leden om ons te helpen bij het terugvinden van deze kunstvolle voorwerpen uit het patrimonium van onze Faluintjes. Hieronder een foto van het vroegere altaar in de parochiekerk van Baardegem.
Wie kan helpen, gelieve contact op te nemen met het redactiesecretariaat of met één van onze bestuursleden, waarvoor uiteraard van harte dank.


Momenteel zijn er plannen om het interieur van de grote kapel op de Boskant te Herdersem grondig op te frissen. Deze kapel is toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van het H. Hart en werd bij K.B. van 17 november 2000 als monument geklasseerd. Enkele jaren geleden werd de kapel aan de buitenkant gerestaureerd. Gedurende de laatste decennia hebben het pleister- en schilderwerk immers grote schade opgelopen door insijpelend en optrekkend vocht.
Aangezien een grondige herstelling van de aangetaste muren zich opdringt, werd nu reeds een voorafgaand onderzoek naar de onderliggende verflagen gedaan. De firma Gerard Thienpont uit Nazareth die deze werken met heel veel zorg en deskundigheid uitvoerde, legde in de vorige weken een hele reeks getuigen bloot die een prachtig beeld geven van de originele toestand van de kapel. Het resultaat is gewoonweg verbluffend.
Nu reeds blijkt dat deze bidplaats – gebouwd in 1873 - een pareltje moet geweest zijn van inrichting en versiering. Ze was ongetwijfeld ooit één van de rijkst versierde kapellen uit de ganse omgeving. De mensen van de Boskant hadden immers alles over voor “hun kapel”, geen enkele inspanning was hen teveel.
Het verdient dan ook aanbeveling dat de restauratie ervan met de meeste zorg wordt uitgevoerd. De dienst Monumenten en Landschappen is zeker bereid het grootste deel van de kosten op zich te nemen. Wellicht zullen met deze bedoeling in de toekomst ook nog een aantal feestelijkheden rond de kapel moeten worden georganiseerd om aldus de nodige fondsen voor de herstelling in te zamelen.
In ieder geval steunen wij deze actie(s) ten volle. Wij houden onze leden zeker op de hoogte van de verdere evolutie van dit dossier. Een aantal foto’s hierbij geven reeds een prachtig beeld van hoe de kapel binnenin ooit is geweest ...


Zoals reeds eerder aangekondigd is Danny Wille op basis van alle reeds bezorgde informatie en heel wat opzoekingwerk gestart met het schrijven van het levensverhaal van voetbalclub Eendracht Meldert 1956-2004.
Het wordt een boeiend verhaal rond de hoogte- en laagtepunten tijdens de periode 1956-2004 met alle resultaten, rangschikkingen, spelers van A-ploegen, info over de derby’s tegen TK Meldert, het stadion … Uiteraard kan dit verhaal slechts volledig zijn met de hulp van uw medewerking. Danny zoekt nog steeds de volgende info, met name de uitslagen van de volgende wedstrijden:
8 april 1962, uitgestelde match Eendracht Meldert tegen Balegem
14 maart 1965, Sint-Gillis-Dendermonde tegen Eendracht Meldert
Mei 1966, Eendracht Meldert tegen Oudegem
5 mei 1968, Hofstade tegen Eendracht Meldert
Mei 1968, Arend tegen Eendracht Meldert
Maart 1969, Eendracht Meldert tegen Sint-Gillis-Dendermonde
Maart 1969, Grembergen tegen Eendracht Meldert
Maart 1969, FC Robur tegen Eendracht Meldert
Einde seizoen 1975, uitgestelde match Eendracht Meldert-Erembodegem (nederlaag)
En verder alle mogelijke info over de eerste vier seizoenen in het Katholiek Sportverbond van Brabant, 1956 tot 1960. Tegen welke ploegen speelde Eendracht toen en heeft iemand nog uitslagen? In de krantenarchieven is deze info helaas niet meer terug te vinden. Er werd toen onder andere tegen Doment gevoetbald.
Alle andere voetbaluitslagen vanaf september 1960 tot mei 2004 werden reeds geïnventariseerd.
We roepen dan ook iedereen nogmaals op om alle nog bestaande foto’s, krantenknipsels, teksten, affiches, documenten en informatie ter beschikking te stellen van Danny Wille, Meldert-Dorp 20 - 9310 Meldert, dannywille@pandora.be, tel. 0475/64.02.15. Hij zal alle informatie verwerken. Ook foto’s van de kantine, het veld en het stadion, het voetballokaal (ook bij Henri Van den Broeck), huldigingen, feesten, actiefoto’s, spelers, ploegfoto’s met namen van alle spelers op, … Geen foto’s van jeugdspelers of jeugdploegen. Het boek handelt over de eerste ploeg van Eendracht Meldert.
Na de publicatie van het boek krijgt iedereen alle ontleende stukken integraal terug. We danken u reeds voor uw medewerking. Van zodra alle info volledig is, zal het boek gepubliceerd worden.
In 'Waar is de tijd, 1000 jaar Aalst' werd de geschiedenis van Aalst en haar deelgemeenten verteld. In 18 rijkelijk geïllustreerde afleveringen die telkens een ander onderwerp behandelden, werd het verhaal van onze voorouders gedaan. Een greep uit de behandelde thema's: 'Brouwers en drinkers', 'Kooplieden en kopers', 'Misdaad en straf', 'Van ambacht tot fabriek', 'De stad belegerd', ... Elk deel is rijkelijk geïllustreerd met een 50-tal foto’s, waarvan de meeste in kleur. Deel 18, het laatste in de reeks, werd verzorgd door Fons Dierickx. Het is exclusief gewijd aan 'De Faluintjes' en geeft een antwoord op heel wat vragen: van waar is deze naam afkomstig, welke rol speelde de abdij van Affligem in deze streek, wie of wat was het 'Ma-zoeteken' en zoveel meer leest u in dit laatste nummer uit de reeks. Deze aflevering is verkrijgbaar in de kranten- en boekenwinkels en kost slechts 4,50 Euro. Indien u niet op de hoogte was van dit initiatief of u moet uw reeks nog aanvullen dan kan u elke aflevering nog kopen in het Stadsarchief Aalst, Oude Vismarkt 1, of in het Stedelijk Museum Oud-Hospitaal, Oude Vismarkt 13.

Het adres voor wie vragen heeft over lokaal erfgoed: |
Beheerders van een lokale collectie, een lokaal museum, een lokaal archief- of documentatiecentrum kunnen vanaf nu met al hun vragen terecht op de nieuwe website www.helpdesklokaalerfgoed.be. Naast concrete informatie en eenvoudige tips om hun collectie optimaal te beheren, vindt men er ook informatie over interessante cursussen, literatuur en websites.
Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt talrijke lokale erfgoedbeheerders. Denk maar aan de talrijke plaatselijke verenigingen, lokale musea, individuele verzamelaars, kerkfabrieken, gemeentebesturen … met een erfgoedcollectie: allemaal instanties, organisaties of individuen met een collectie lokaal erfgoed. Deze kan bestaan uit archieven, voorwerpen, documentatie, mondelinge getuigenissen of audiovisueel materiaal.
Onlangs werd de website www.helpdesklokaalerfgoed.be gelanceerd. Op deze website kunnen die lokale erfgoedbeheerders terecht met al hun vragen over lokaal erfgoed: vragen over materiële schade, plaatstekort of inventarisatie, maar ook vragen over subsidiemogelijkheden of over hoe men meer bezoekers lokt.
Het principe van de website is eenvoudig: de lokale erfgoedhouder typt zijn vraag in op een speciaal formulier. Via mail krijgt hij dan binnen een bepaalde termijn het antwoord doorgestuurd. Voor dit antwoord doen we een beroep op een specialist terzake. De helpdesk lokaal erfgoed kan immers rekenen op een heel netwerk van organisaties en individuen die vragen willen beantwoorden binnen hun werkgebied. De partners vindt men terug op de website.
Naast concrete informatie en eenvoudige tips om de collectie optimaal te beheren vindt men op www.helpdesklokaalerfgoed.be ook informatie over interessante cursussen en literatuur, weblinks naar belangrijke sites en organisaties en alle mogelijke nieuwtjes over lokaal erfgoed.
De helpdesk lokaal erfgoed kan rekenen op volgende organisaties: Heemkunde Vlaanderen vzw, de provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, Volkskunde Vlaanderen vzw, Samenwerkingsverband Vlaamse Verenigingen voor Familiekunde vzw (SVVF), Steunpunt Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed vzw (SIWE), Academie voor Streekgebonden Gastronomie vzw (ASG), Centrum voor Sportcultuur (CSC), de Federatie van Vlaamse Historische Schuttersgilden (FVHS), Kant in Vlaanderen vzw, het Instituut voor Vlaamse Volkskunst (IVV), VCM-Contactforum voor erfgoedverenigingen, de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen (VVBAD), Culturele Biografie Vlaanderen vzw en het Vlaams Centrum voor Volkscultuur vzw. Met Cultuurbank Vlaanderen en de culturele thema-archieven werden al contacten gelegd. De helpdesk lokaal erfgoed wordt financieel ondersteund door de Vlaamse Gemeenschap.
De helpdesk lokaal erfgoed is een onderdeel van een uitgebreid ondersteuningsaanbod voor lokale erfgoedbeheerders in Vlaanderen en Brussel. Het ondersteuningsaanbod wordt uitgewerkt binnen twee projecten: Lokaal geheugen en Pro memorie. Elk project richt zich tot een type lokaal erfgoed. Het project Lokaal geheugen focust op museale collecties en het project Pro memorie wil ondersteuning bieden op het vlak van archief- en documentatiebeheer.